Post | juni 2026 | Nieuwsberichten Vrijwilligers Centrale stadsgebied Weesp | 3 min lezen
Minder vrijwilligers, informele hulp én minder vertrouwen in 2025 dan in 2024
Door
VrijwilligerswerkNL/CBS

In 2025 zei 47% van de Nederlanders zich ten minste één keer per jaar als vrijwilliger te hebben ingezet. Dit is lager dan in 2024. Vrijwilligers scoren hoger op vertrouwen in anderen dan niet-vrijwilligers, maar vertrouwen in de politiek en informele hulp dalen voor heel Nederland,
Bron: CBS, zie: Vrijwilligerswerk blijft op niveau van voor de coronapandemie | CBS
Gelukkig is het percentage vrijwilligers dat wekelijks of maandelijks vrijwilligerswerk doet met 60% ongeveer gelijk als in 2023 en 2024. Dat blijkt uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat werd uitgevoerd onder bijna 8.000 mensen van 15 jaar of ouder.
65-plussers vaakst actief, daling bij 35-minners
In 2025 deden 65- tot 75-jarigen (55 procent) en 35- tot 45-jarigen (53 procent) het vaakst vrijwilligerswerk, gevolgd door jongeren tussen 15 en 25 jaar (47 procent). Mensen tussen 25 en 35 jaar (39 procent) en van 75 jaar of ouder (43 procent) zetten zich het minst vaak in als vrijwilliger. Ten opzichte van 2024 deden vooral mensen tussen 15 en 35 jaar minder vaak vrijwilligerswerk.
Vrijwilligers hebben meer vertrouwen
Het meedoen in de samenleving hangt samen met zowel het sociaal als het institutioneel vertrouwen. Vrijwilligers vinden, met 71 procent, vaker dat de meeste mensen wel te vertrouwen zijn dan mensen die de afgelopen twaalf maanden geen vrijwilligerswerk hebben gedaan (57 procent). Dit hangt slechts deels samen met andere kenmerken waarop vrijwilligers en niet-vrijwilligers van elkaar verschillen, bijvoorbeeld met leeftijd, inkomen en onderwijsniveau. Er is geen verschil in het vertrouwen in banken en grote bedrijven tussen mensen die vrijwilligerswerk doen en zij die dat niet doen. Van alle 15-plussers heeft 60 procent vertrouwen in deze organisaties. Vrijwilligers hebben met 82 procent wel meer vertrouwen in publieke instituties zoals rechters, politie en het leger. Van de mensen die geen vrijwilligerswerk doen heeft 75 procent vertrouwen. Dit hangt ook slechts deels samen met de andere kenmerken van vrijwilligers. Ten slotte hebben vrijwilligers ook meer vertrouwen in de politiek (42 procent) dan mensen die geen vrijwilligerswerk hebben gedaan (37 procent). Dit verschil is minder groot dan bij het vertrouwen in andere mensen en in publieke instituties, maar blijft bestaan als rekening wordt gehouden met leeftijd, inkomen en onderwijs.
Dalend vertrouwen, minder informele hulp voor héél Nederland
Het aandeel van de bevolking dat minstens eenmaal per week contact had met familie, vrienden of buren nam in 2025 af. In 2025 zag, sprak of berichtte 70,9 procent van de mensen minstens één keer per week familieleden, vrienden of buren om sociale redenen tegen 72 procent in 2024. Het aandeel mensen dat in de vrije tijd onbetaald (informele) hulp verleent aan anderen buiten het eigen huishouden nam af van 36,1 procent in 2024 tot 34,1 procent in 2025. Ruim 63 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder had in 2025 vertrouwen in andere mensen tegen ruim 66 procent in 2024. Tot 2025 was op alledrie de onderwerpen een stijgende trend te zien. Het vertrouwen in instituties (politie, rechters en Tweede Kamer) is van 2024 op 2025 met 2,3 procentpunt afgenomen tot 60,6 procent. Dat lijkt vooral te wijten aan een dalend vertrouwen in de Tweede Kamer. In 2025 heeft nog 24,6 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder vertrouwen in de Tweede Kamer tegenover 31,3 in 2024. Deze waarde is de laagste sinds 2012. (Bron: Monitor Brede Welvaart(opent in een nieuw venster))
Jan de Rond gaf in een eerder artikel op deze website aan dat 'Vrijwilligerswerk een onorthodoxe vorm van (doe)democratie [is]. Dit decennium (b)lijkt het de basis (ondergrens) te zijn waar de lokale democratie niet doorheen zakt. In Rotterdam kwam in maart [tijdens de gemeenteraadsverkiezingen] de politieke waarde van vrijwilligerswerk tot uiting.'
Meeste vrijwilligers zetten zich in bij sportverenigingen
Net als in eerdere jaren zetten de meeste vrijwilligers zich in bij sportverenigingen, gevolgd door vrijwilligerswerk voor hobby- en gezelligheidsverenigingen, buurt- of wijkverenigingen en scholen. 65-minners zijn vooral actief bij een sportvereniging. 65-plussers zijn in verhouding vaak vrijwilliger bij hobby- en gezelligheidsverenigingen, in de verzorging of gezondheidszorg en bij de restgroep van ‘andere organisaties’. 35- tot 45-jarigen, veelal met schoolgaande kinderen, zijn vaak actief voor een school.


